In gesprek met drie oud-voorzitters

Hoewel naamsveranderingen wel vaker voorkomen, heeft VLEHAN sinds de oprichting in 1988 steevast VLEHAN geheten. De wijziging naar APPLiA Nederland luidt dan ook een nieuwe periode in voor de vereniging. Die was echter nooit mogelijk geweest zonder alle kennis en ervaring die sinds de oprichting is opgedaan. Daarom blikken we in dit artikel terug op ruim 32 jaar VLEHAN en gaan we in gesprek met drie oud-voorzitters. Het artikel is tevens gepubliceerd in het jaarverslag 2020.

Even voorstellen

Fysiek samenkomen zit er dan wel niet in, maar zet drie oud-voorzitters van VLEHAN bij elkaar in een online meeting en het is minstens zo gezellig. De affiniteit met de branche, de band met APPLiA Nederland en de herinneringen aan het voorzitterschap spatten van het scherm.

We spreken drie generaties oud-voorzitters: Frans-Anno Tweebeeke, Johan Bosma en Sjaak Brouwer. Deze voorzitterslijn begint met Frans-Anno, al sinds 1991 als bestuurder bij VLEHAN betrokken, die in 2005 tot voorzitter benoemd wordt. In 2011 neemt Johan het stokje over, die op dat moment al sinds 2002 in het bestuur zit en voor zijn voorzitterschap nog de rol van penningmeester heeft. Sjaak volgt Johan vervolgens op in 2013 op en bekleedt deze functie twee jaar lang. Inmiddels zijn de mannen al enkele jaren niet meer aan het bestuur van APPLiA Nederland verbonden, maar goede herinneringen zijn er nog volop.

Frans Anno Tweebeeke Vlehan
Frans Anno Tweebeeke
Johan Bosma Vlehan
Johan Bosma
Sjaak Brouwer Vlehan
Sjaak Brouwer

Wat is de belangrijkste rol van een voorzitter?

Johan: “Je leidt en coördineert gesprekken in het bestuur, maar hebt ook frequent contact met de directeur. Je bent zijn spreekbuis. Als voorzitter is het van groot belang dat je onpartijdig en objectief blijft. Je hebt immers te maken met veel verschillende belanghebbenden.”

Sjaak:
“Je bent als voorzitter de verbindende factor en vertegenwoordigt een grote groep branchegenoten die samenkomen in één organisatie. Ondanks het feit dat alle belanghebbenden hun eigen achtergrond hebben, kun je overkoepelende branchevraagstukken alleen aanpakken als je dat vanuit een gezamenlijk belang doet.”

Wat waren de grootste vraagstukken waar jullie je als voorzitter mee bezig hielden?

Frans-Anno: “Duurzaamheid is denk ik over de hele linie een van de belangrijkste thema’s geweest. In de jaren ’90 werd dit voor het eerst aangeduid met energielabels. Wie een mooi label had, kon rekenen op subsidie in afstemming met de regering. Daar moesten spelregels voor gemaakt worden. Daarin heeft APPLiA Nederland, toen nog VLEHAN, een duidelijke rol vervuld. En in de jaren ’90 liepen we hier in Nederland al vooruit op de Europese wetgeving rondom de recycling van gebruikte producten. Wij begonnen in 1997 al met de voorbereidingen om vanaf 1 januari 1999 de verwijderingsbijdrage te kunnen introduceren. In mijn herinnering werd heel veel tijd opgeslokt om dat enorme project vorm te geven. Dat waren ingewikkelde processen, maar het is wel fantastisch dat het toen al zo goed geregeld was. Het gemeenschapsgeld dat daaruit voortkwam werd geborgd in een fonds en gebruikt om effectief te investeren in inzameling en recycling van afgedankte apparaten.”

Johan: “Ik denk dat duurzaamheid, circulariteit in de branche voor ons alle drie een rode draad is geweest in ons voorzitterschap.”

Sjaak: “Een belangrijke tweede was de kwestie rondom fabrieksgarantie en de economische levensduur van een product. Dat was iets wat rond 2010 opkwam. Bijna elke leverancier worstelde daarmee. Wat zijn de gevolgen en verantwoordelijkheden met betrekking tot service? Dat kan enorme financiële consequenties hebben. Ik herinner me dan ook jaarvergaderingen waar de emoties hoog opliepen. Maar juist hierin konden we als brancheorganisatie iets betekenen, door een brug te slaan tussen ons als branche en belanghebbenden, de politiek en de consument.

Frans-Anno: “En daar komt het belang van objectiviteit weer om de hoek kijken. Er waren fabrikanten die vanaf de onderkant van de markt opereerden en fabrikanten met producten die erg lang mee gaan. Zoveel verschillende soorten belangen: het is de taak van de voorzitter om dat -zeker tijdens vergaderingen- in goede banen te leiden.”

Hoe belangrijk is het dat APPLiA Nederland bestaat?

Johan: “Enorm belangrijk. Hier worden de krachten van grote en kleinere partijen gebundeld en informatie van de hele bedrijfstak gestroomlijnd. Het is van belang dat zoveel mogelijk partijen uit de branche lid zijn, maar dit lukt nooit 100%. Op dit moment mis ik met name de Aziatische partijen. Terwijl je samen juist zoveel meer kunt bereiken dan in je eentje.

Frans-Anno: “Partijen die in begin van de jaren ’90 nog heel klein leken, zijn nu grote concerns geworden. Zij hebben vaak hun eigen strategieën en zien lid worden niet altijd als voordeel. Zelfs voor Nederlandse bedrijven is onze toegevoegde waarde niet altijd even duidelijk. Een extra aanmoediging voor het bestuur om die extra toe te lichten en te benadrukken.”

Zien jullie vandaag de dag obstakels waar jullie niet of in mindere mate mee te maken hadden als voorzitter?

Sjaak: “Het milieuvraagstuk van verantwoordelijkheid en het bewustzijn van de consument is in een stroomversnelling gekomen. We waren er in onze tijd al mee bezig, maar deze kwestie is nu nog groter. En dan is er de digitalisering. De snelheid en kennis van de consument zorgt voor een nieuwe, andere dynamiek in de branche en vraagt om een andere aanpak. Hoe sluit je je zo goed mogelijk aan op de snelle veranderingen in de maatschappij? Kún je als brancheorganisatie überhaupt inspelen op ontwikkelingen op dat vlak?”

Frans-Anno: “Hoewel hergebruik van producten steeds normaler is geworden, zie je ook dat huishoudelijke apparaten nu gemakkelijker worden weggegooid omdat de nieuwprijs zó dicht bij de reparatieprijs ligt.”

Sjaak: “Dat leidt wel tot nieuwe businessconcepten, zoals leasing of pay-per-use. Tot slot is internationalisering natuurlijk ontzettend belangrijk. Het is goed om te weten wat er op nationaal niveau speelt, maar de markt houdt niet op bij de grens.”

Frans-Anno: “APPLiA Nederland doet dat juist en begrijpt dat. Daarom juich ik de naamsverandering ook toe. De warme band met Europa wordt hiermee onderstreept en straalt ook uit dat we samen sterk staan.”

Johan: “De markt is dynamischer dan ooit en de omstandigheden veranderen constant. Maar circulariteit zal voorlopig nog wel een van de belangrijkste topics blijven. Vooralsnog is het nog niet gelukt het recyclequotum te halen. Alleen samen kunnen we draagvlak creëren, nieuwkomers verwelkomen en een verschil maken.”

Sjaar Brouwer Jan Peter Balkenende Vlehan
Sjaak Brouwer met Jan Peter Balkenende tijdens de VLEHAN – FIAR CE Summit in 2014

Wat zijn jullie mooiste herinneringen aan het voorzitterschap?

Frans-Anno: “Ik ben erg trots op het jaarlijkse symposium dat nog altijd georganiseerd wordt. Er was daarvoor altijd wel een ledenvergadering, maar dat was niet zo verbindend. Het symposium is voor een bredere groep uit de branche, een themamiddag met interessante sprekers. Heel divers: dan kwam de directeur van de Consumentenautoriteit een lezing geven en was de volgende spreker Maarten van Rossum. Dat waren leuke en gezellige middagen, maar ook heel verhelderend. Daar moet APPLiA Nederland vooral mee doorgaan.”

Johan: “Het voorzitterschap, waar zulk soort evenementen mee gemoeid zijn, zorgt dan ook echt voor een breed netwerk van mensen uit alle gelederen, die je normaal gesproken niet zo snel zou ontmoeten.”

Sjaak: “Zo was bij het symposium van 2014 Jan-Peter Balkenende te gast om te spreken over ondernemen en duurzaamheid. Balkenende had ik daarvoor al eens ontmoet en het is ontzettend leuk om vanuit je rol als voorzitter zulke contacten op te doen en je netwerk verder uit te kunnen bouwen.”

Johan: “Ik heb er overigens niet alleen goede zakenrelaties, maar zelfs vriendschappen aan over gehouden. Ja, ik heb erg goede herinneringen aan mijn tijd bij APPLiA Nederland. Ik ben nog steeds actief in de industrie van huishoudelijke apparaten, zij het op een heel andere manier. Het blijft een leuke markt waarin we mooie producten maken. En iedereen gebruikt ze dagelijks, van ontbijt, lunch en diner tot de schone was.”

Frans-Anno: “Het lijkt wel een reclameslogan!”

Johan, lachend: “Maar ik noem geen merken. Da’s die objectiviteit, hè”